De Oud-strijders

This post is also available in: Engels

Frans Dohmen ( Dohmen Geboren op 3-11-1918 te Rimburg. Overleden op 24-9-72. Gehuwd met Lies Janssen)

Frans Dohmen diende in 1940 bij de luchtdoelartillerie in Bergen. In de meidagen deed men uiteraard alles om de Duitse vliegtuigen uit de lucht te halen. Frans heeft vaak verteld dat hij erg bang was voor aangeschoten en neerstortende vliegtuigen. Over zij belevenissen in oorlogstijd is verder niets bekend. Hij praatte er nauwelijks over.

Wim Fouwels (Geboren op 14-10-1918 te Amsterdam, Gehuwd met Bep Hermans)

Wim Fouwels was sinds maart 1938 in dienst. Eerst te Amersfoort en vervolgens te Bomerbroek, waar hij deel uitmaakte van de verdediging van het Twente-Rijnkanaal. Hij bracht onder andere de springladingen onder de bruggen aan. Eind 1938 werd hij ‘uitgeleend’ aan de MP in Zuid-Limburg om dienst te doen bij de grensbewaking. “Achteraf gezien is dat voor mij een geluk geweest”, vindt Wim: “want veel van mijn vrienden uit het 15e Regiment Infanterie zijn gesneuveld bij de verdediging van de Grebbeberg. ” In plaats van af te zwaaien tekende Wim in 1939 bij als grensbewaker. Hij werd ingekwartierd in Rimburg (eerst bij de wed. Benau en later bij de wed. Lemmens) en moest samen met zijn collega J. Snijders uit Tegelen dagelijks per fiets patrouilleren langs de grens tussen de Brunssummerweg en Rimburg. ”Er viel nauwelijks iets te beleven. Je kwam onderweg niemand tegen, behalve de mensen die moesten controleren of wij op onze post waren.”

Eind 1939 werd Wim teruggetrokken achter de barricaden van de Groenstraat. Hij moest een nieuw kwartier zoeken en vond dat bij bakker Mulders in Nieuwenhagen. “Dat woar ing sjun tied”, verzucht Wim: ”Vier gonge veuël op sjtap. Mit VVN, zoe heesjet d’r voesbelverein van Neuenage, trokke vier gidder weak op. Doa han ich ’t drinke gelierd.” Op 10 mei 1940, toen de Duitsers binnenvielen, had Wim geen dienst. In de loop van de dag meldde hij zich bij zijn Opper. Er bleek geen scenario te bestaan voor dit soort gebeurtenissen. Besloten werd dat hij zijn wapens zou inleveren en dat hij verder de eerste dagen binnen zou blijven. Na ongeveer een week werd hij opgeroepen om met de marechaussee het verkeer te regelen. Dat duurde tot het einde van de maand. Toen kon hij zijn uniform inleveren. Om te ontkomen aan deportatie naar Gross Brandeberg nam Wim dienst in de mijn; eerst als ondergronder bij de Carolus Magnus en vervolgens bij de Julia in Eygelshoven. Daar is hij, na een korte onderbreking aan het einde van de oorlog, blijven werken. Een bijzonder gelukkig gevolg van de inkwartiering in Rimburg was voor Wim de kennismaking met Bep Hermans. Met haar is hij in 1941 getrouwd en dat duurt nu al 50 jaar.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *